Paniek in de tent: paramyxo of paratyfus!

Hallo leden van Ons Belang,

Op het ogenblik is er bij veel tilduivenliefhebbers paniek in de tent.

Bovenstaande ziektes slaan nu toe en brengen veel leed teweeg bij de liefhebbers.

Als oud-liefhebber van de tilduivensport heb ik hier een uitgesproken mening over, wat niet wil zeggen, dat ik de wijsheid in pacht heb, maar toch:

Mijn ervaring van het houden van 69 jaar tilduiven is als volgt:

In de jaren ’50 en daarna hoorde je heel weinig van deze ziektes. Wel bij postduivenliefhebbers, maar haast niet bij tilduivenliefhebbers. Wij hadden geen centjes om jonge duiven te kopen, zoals tegenwoordig. Meestal teelden we een paar jongen uit eigen beesten en dan kwam het soms voor dat er een of twee door een of andere oorzaak doodgingen. Maar de jongen hielden we meestal apart (in een kist) en als ze vanuit de kist gingen vliegen, deden we doffers in donkerhokken en de duivinnen in lichthokken. Ook hadden we meestal niet meer dan 20 tilduiven. 10 donkerhokken, waaronder een schiethok en een lichthok van twaalf. Met een beperkt aantal duiven stonden we te loksen. De doffers kwamen er meestal twee a drie uit per dag en mijn “gooi” duivinnen wel tien keer.

Postduivenliefhebbers telen elk jaar tientallen en meer duiven. Postduiven die de norm niet halen worden verwijderd en elk jaar barst het van de jonge duiven in het postduivenhok. En dan ontstaan er ziektes, welke door het bijtijds inenten worden voorkomen.

BIJ TILDUIVEN LIGT DAT ANDERS!

Wie wel eens heeft geteeld, ziet dat de broedschaal met jongen vol onder de poep zit van zowel de jongen als van de oudere beesten. De hele broedschaal zit vol met bacteriën en allerlei andere rottigheid.

Echter de jonge duiven hebben een enorm sterk immuun systeem en kunnen opboksen tegen al die bacteriën.

Nu gaan de jongen zelf eten en worden weggehaald en meestal onderin in de kiosk gezet. Maar let op:

Wat oudere duiven zijn zeer vatbaar voor bovenstaande ziektes. Mijn ervaring is, dat in de meeste gevallen paramyxo en paratyfus en ook het adenovirus bij het hebben van jongen om de hoek komen kijken. En wat mij altijd opvalt, dat de ziekte altijd optreedt bij de duivinnen in het lichthok, waar de jongen ook verblijven.

Mijn mening is, dat dit vooral komt door overbevolking van de duiven en het aanwezig zijn van veel jongen! De doffers en duivinnen worden hooguit een keer per dag uitgelaten en soms zijn er liefhebbers die ze helemaal niet uitlaten. Duiven en ook dus tilduiven hebben vleugels en behoren zo veel mogelijk te vliegen. Maar dat gebeurt helaas niet meer tegenwoordig. Tentoonstellingsduiven moeten worden ingeënt vanwege het feit, dat ze niet vliegen en daardoor veel meer vatbaar zijn.

Kijk eens naar de houtduiven. Deze duiven vliegen de hele dag, zijn ijzersterk en zelden hebben deze vogels ziektes. Vliegen en licht zijn twee zeer bijzondere factoren, die ziektes helpen voorkomen.

Jonge tilduiven die niet door jezelf zijn geteeld dienen tegenwoordig wel ingeënt te worden, maar is niet perse noodzakelijk. Een keer per week je hok schoonmaken, een keer in de maand een beetje appelazijn in het water en in je duivenvoer een klein beetje levertraan. Deze wijsheid heb ik niet van mijzelf, maar iedere wat oudere tilduivenliefhebber heeft in de winkel van Dorus in de Schalkburgerstraat deze handelwijze kunnen zien in de jaren vijftig en kwamen bovenstaande ziektes zelden voor.

Samenvattend: Niet te veel duiven, geen jongen direct bij de oudere duiven zetten, de duiventil en de hokken iedere week goed schoonmaken. Goed geselecteerd voer kopen, wat roodsteen en een snoepzaadje. Een klein beetje levertraan in het voer, goed doorroeren, een beetje appelzijn in het water (niet te veel, want dan worden de duivinnen onvruchtbaar) en het allerbelangrijkste

DE DUIVEN ZO VEEL MOGELIJK LATEN VLIEGEN

En als je het bovenstaande allemaal doet, dan is de kans dat je ziektes krijg zeer klein en zo niet: Dan overkomt het je, maar zelden zijn bij mij duiven dood gegaan door ziektes!

Voorzitter Ons Belang