De rui

De rui is een jaarlijks terugkerende vernieuwing van het gevederte dat dringend nodig is voor de vogel daar het door de wintertijd het voorjaar en het broedseizoen soms geducht geleden heeft. Vogels zijn niet anders dan mensen. Zij hebben ook jaarlijks een ander pak nodig ter verwisseling van het versletene. Er zijn honderden liefhebbers en kwekers die de rui voor een soort ziekte aanzien want de duiven zijn er echt beroerd en lusteloos van. Wanneer wij bedenken dat een jonge duif in een periode van 30 á 40 dagen van klein nestjong opgroeit tot een sterke vogel, sterke spieren, veel en daarenboven een complete bevedering,  dan moet men erkennen dat de geleidelijke vernieuwing van het verenpak over een periode van ongeveer 170 dagen, want zo lang duurt een complete rui, geen hoge eisen aan het lichaam stelt. Vraag het de Postduivenliefhebbers maar.

Die reizen en kweken met de ruiende vogels totdat de laatste 4 á 5 slagpennen aan de beurt komen, waardoor het vliegen bemoeilijkt wordt en de beesten niet voldoende snelheid kunnen ontwikkelen. Bij een goede doelmatige verzorging en vooral voedering loopt de rui dan ook vlot van stapel.

De eenjarige vroeggeboren vogels beginnen met de rui ongeveer eind mei, met het laten vallen van de 10de slagpen, om in september, half oktober, vrijwel geheel doorgeruid te zijn. Bij erg hete en droge zomers, valt de rui vlugger in. Het kan gebeuren dat na enkele zeer warme dagen de veren er plotseling “afstuiven” en de vogels dan meteen doorruien, zodat ze met september al geheel uitgeruid zijn. De rui duurt ongeveer 6 tot 8 weken. Het eigenaardige is wel, dat postduiven, meeuwtjes en andere kleine soorten vlugger door de rui zijn dan bijv. Valencianen, Norwich en andere grote duivensoorten.

Wat de slagpennen betreft, deze ruien onveranderlijk , van 1 tot 10, in nauwkeurige volgorde, met tussenruimte van 15-20 dagen, zowel links als rechts.

De dons of lichaamsveren vallen het eerst uit, daarna ook de slagpennen en het laatst de staartpennen, wat niet altijd het geval is, want dikwijls gaan staart en slagpennen gelijk. Het laatste wat de vogel ruid zijn de kropveren en daar zijn de dieren lusteloos en stug van.

Advies

Laat als het regent de duiven een paar uur in de ren, dan verwijden de oude schachten en laten zij vlugger hun oude pennen vallen. Laat uw duiven niet met stormwind vliegen, vooral niet als zij op hun laatste pennen zitten, zodat zij zoals wij zeggen rammelen en zeker niet als zij een halve staart of soms in het geheel geen staart meer hebben, want als zij geen staart hebben is het net een schip zonder roer. Voer over deze ruiperiode wat ruimer. Geef ze volop roodsteen of grit, of fijngemaakte eierschalen. Ook een oude boterham in kleine stukken en als ze het eten wat gebroken mais, want hier zitten goede bestanddelen in voor een goede en vlotte rui. Jaag een doffer of duif die niet wil vliegen niet weg want het kan best zijn dat u het dier voor het laatst gezien heeft. Een vogel voelt zelf het best aan of hij of zij wel of niet kan vliegen.  Als u er toch voor kiest om uw duif of doffer weg te jagen bestaat de kans dat deze van het dak naar beneden valt of ergens tegen aanvliegt met alle gevolgen van dien. U kunt nu met de ruitijd, een goede vangen, maar ook verspelen, denk daar goed aan.