met pijn in mijn hart

Pijn in mijn hart

 

Elke keer als ik de Duivenbode ontvang krijg ik pijn in mijn hart.

Ik heb geen duiven meer. Geen tilduiven en geen Norwich kroppers, tentoostellingsbeesten, die heb ik jaren gefokt. Ik kan dan wel grienen. Was ik maar naar den Haag verhuisd. “Dan ga je toch alleen”. Werd mij enige tijd geleden aangeraden door een van de leden. Maar ja, dat is ook niet alles. We zijn al meer dan veertig jaar getrouwd. Al die jaren heeft ze mij mijn gang laten gaan met die “stink duiven”. Nu is zij aan de beurt. Wonen in een appartement waar je geen kippen en duiven mag houden. Geen kippen vind ik ook erg. Die heb ik ook jarenlang gehad. Met natuurlijk een haan. Ik had er wel drie. Geweldig dat gekraai ’s morgens vroeg. De buren hadden ook hanen. Dat was op het platteland bij Hardenberg. Daar kon dat. Die beesten mis ik maar vooral de eieren. Heerlijke eieren, elke dag vers. Geen bloedluis in het hok, zelf heb ik ook geen last van luizen of vlooien.

Gelukkig is er een “pleister op de wonde”. Een tijdje geleden ontdekte ik de website “tilduiven”. Wat ik daar niet allemaal op zie. Zelfs het huis waarin wij op de tweede verdieping in de Edison straat hebben gewoond. Een slechtvalk was door de spaarpot van een ren gekropen en de springer opgegeten. Dat hoorde ik over de radio. Spaarpot, springer ? Dat zijn termen van tilduivenhouders! Ja hoor, ik kon al wat googelen….daar kwam het filmpje tevoorschijn. En tot mijn schrik het huis, rood dak, met het balkon waar ik tot mijn vijftiende gewoond heb. Heel vaak klom ik op de dakkapel met een verrekijker. Dan kon ik over de nok de duiven van meneer Dokters uit de Copernicusstraat volgen. Bij Dokters mocht ik boven komen.

Er is veel veranderd. Nu bestaat er internet met prachtige websites over onze liefhebberij. Ook woorden zijn verdwenen of nieuw voor mij. Wij hadden het over geilhokken in plaats van donkerhokken. Spanjolen, al die Spaanse rassen waren niet bekend. Alleen valenciana’s, die meestal verbasterd waren met horseman- of Norwich kroppers en slenken. Een duifje van een rit was meestal een holle kropper die niet geschikt was voor de tentoonstelling.

Ben nu blij met internet, daar zoek ik wat troost.

Zorg dat de sport blijft bestaan, dat is aan jullie!

Met sportgroeten, Nico D. Gravesteijn.

 

Deel dit

Geef een reactie